Klank halen uit hout


Hans de Louter maakt en repareert instrumentenRebab raakt gevoelige snaar bij Hans de LouterOpen Monumentendagen 2015Blij met zevende snaarKlank halen uit houtApeldoornse viool steekt de oceaan overEen rijk leven met snaarinstrumenten – Hans de Louter levert zijn meesterwerk af


Instrumentenbouwer Hans de Louter

Terdege, 9 juni 2010 door Evert van Dijkhuizen

Op zijn winkelruit staat luthier, uit te spreken op z’n Frans. Hans de Louter in Apeldoorn bouwt gitaren en violen. Om te verkopen, maar meestal kan hij moeilijk afstand doen van z’n geesteskinderen. “Ik ben nu bezig met een contrabas die je zowel staand als liggend kunt gebruiken. Dat wordt iets heel bijzonders.”

De Arnhemseweg in Apeldoorn – een aaneenschakeling van winkels en woningen – is lang. Ergens halverwege, op nummer 139, staat een bijzonder pand. Aan de voorkant is het een winkel, aan de achterkant een woonhuis. Sinds veertien jaar het domein van instrumentenbouwer Hans de Louter.

Wat de voorbijganger vanaf de straat niet kan zien, is het atelier in de achtertuin. De kachel snort er behaaglijk op deze regenachtige middag. Boven de werkbank hangt een portret van Einstein. “We kijken elkaar elke dag recht in de ogen”, glimlacht De Louter “Hij inspireert mij. Einstein was, net als ik, steeds op zoek naar nieuwe dingen.” De artistieke luthier (letterlijk: luitbouwer) wijst naar een tekening. “Daar ligt mijn ontwerp voor de nieuwe contrabas. Ik heb er vijf weken aan getekend. Ik denk dat het zo moet kunnen. Zo’n instrument is nog niet eerder gemaakt. Over een maand of vier is-ie klaar. Ik verwacht dat er markt voor is, maar zeker weten doe ik het niet.”

In de woonkamer zet De Louter een cd’tje op, terwijl zijn enige huisgenoot, een flinke poes, om aandacht bedelt. Het grijze schijfje is net verschenen. Er staat muziek van de zigeunerband Zingari op. De Louter speelt contrabas. Verder zijn gitaar, viool, mandoline en accordeon te horen. “We bestaan ruim 10 jaar en spelen traditionele Hongaarse en Roemeense muziek, maar ook eigen composities. We kunnen geheelakoestisch optreden, maar ook, in grote ruimtes, met geluidsversterking.”

Terwijl de cd draait, vertelt De Louter zijn verhaal. Tja, hij noemt zich luthier, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij nog nooit een luit gebouwd heeft.
Verontschuldigend: “Heel vroeger was het zo dat je als ambachtsman eerst een luit gemaakt moest hebben voordat je een viool ging bouwen. De luit dateert van rond 1200, de viool komt in zwang vanaf 1550. De gitaar is van nog latere datum: rond 1900. Uiteindelijk is de viool bekender geworden dan de luit. Het bouwen van luiten, violen en gitaren heeft veel met elkaar gemeen. In alle gevallen is het de kunst, de uitdaging om klank uit hout te halen.”

Solist

De Louter begon zijn ambacht 25 jaar geleden bij zijn huis in de Apeldoornse nieuwbouwwijk De Maten. Veertien jaar geleden streek hij aan de Arnhemseweg neer. Hij wijst om zich heen: “Een fantastische plek voor mij. Winkel, huis en atelier bij elkaar. ’t Is allemaal niet groot, maar ik heb niet veel ruimte nodig om te werken.”

Ooit volgde De Louter de opleiding voor pianostemmer en -reparateur. “Ik heb dat werk zes jaar gedaan, maar het gaf mij te weinig voldoening. Daarom ben ik met gitaarbouw begonnen. Vervolgens kwam de vioolbouw erbij. Ik heb mezelf ontwikkeld, maar ook veel van collega’s geleerd. Dat is het voordeel als je lid bent van de Nederlandse Vereniging Muziekinstrumenten Makers, de NVMM. We ontmoeten elkaar geregeld. Toch is de instrumentenbouw een vakgebied van Einzelgänger. Dat ben ik ook: een solist. Ik vind het heerlijk dagenlang in m’n eentje met m’n werk bezig te zijn. Hoewel, ik moet eerlijk zeggen dat de zigeunerband waar ik in speel ook wel is bedoeld als sociaal vangnet. En elke middag tussen vier en zes is de winkel open. Soms komen er vier klanten achter elkaar, soms komt er niemand. Maar die contacten zijn toch wel prettig.”

Lyra-mandoline

De handel in instrumenten is voor De Louter nodig om te bestaan, maar zijn hart ligt bij het bouwen ervan. “Ik probeer mij te onderscheiden door met nieuwe ontwerpen te komen.” Hij loopt naar de winkel en komt met enkele geesteskinderen terug. „Kijk, hier heb ik een ukiool. Dat is een ukelele, een luitachtig snaarinstrument, in de vorm van een oude viool. Je kunt er zonder strijkstok op spelen, met een plectrum. Net als bij een gitaar. Door het gewelfde boven- en onderblad heeft het instrument een goed projectievermogen. En dit is een banjogitaar, een experiment. Het belangrijkste klankvormende element bestaat uit een natuurlijk banjovel, gemonteerd op een massief Fichten-houten bovenblad. Het volume is hierdoor fors en warm van kleur.” De Louter tilt het volgende instrument op. “Dit is een klompviool. Vroeger werden er uit geldgebrek violen gebouwd met een versleten klomp als basis.” Met gevoel voor understatement: “Omdat de klankstructuur van een klomp natuurlijk te wensen overlaat, klinkt deze viool net zo origineel als ze eruitziet. Ik heb het instrument in 2005 gebouwd om een Hollandse traditie in ere te houden.” Apetrots is de Apeldoornse luthier op zijn lyra-mandoline. “Ik heb mijn model ontworpen op het beeld van twee copulerende zwanen. Het vindt zijn oorsprong in een instrument dat werd gebouwd door Orville Gibson, de grondlegger van de bekende Amerikaanse Gibsonfabriek aan het einde van de 19e eeuw. De vorm van de lyra, ook wel lier genoemd, gaat terug naar de klassieke Griekse oudheid en was van oorsprong een kleine harp. Door een mandoline-hals en mensuur toe te voegen, ontstond dit bijzondere model. Er zijn invloeden terug te vinden uit de Renaissance en de Jugendstill- periode. Van dit instrument zijn, voor zover bekend, maar vier exemplaren op de hele wereld.” De Louter ziet zijn lyra-mandoline als een proeve van bekwaamheid om tegenover collega’s te bewijzen dat hij een volleerd vakman is. “Ik heb er twee jaar over gedaan en gebruik gemaakt van de voor mij heilige geometrie, de gulden snede en de numerologie vanuit de kabbalah, de esoterische Joodse leer. Alles wat ik aan kennis in de afgelopen jaren heb opgedaan, heb ik in dit instrument gestopt. Je mag het gerust mijn meesterwerk noemen. Ik zal het niet snel verkopen, tenzij er een koper komt die er heel veel voor biedt.”

Geduld en discipline

Zijn klantenkring bestrijkt inmiddels heel Nederland. “In Apeldoorn zelf heb ik er maar een paar. De meeste belangstelling krijg ik van professionele muzikanten die een kwalitatief hoogwaardig instrument zoeken.

Ook leerlingen van muziekscholen en conservatoria komen hier om een instrument aan te schaffen, maar dan hebben we het over de gewone modellen. Daarom heb ik altijd een aantal violen op voorraad, die ik overigens niet zelf heb gemaakt. Verder verkoop ik accessoires zoals strijkstokken, kammen, snaren, schoudersteunen en muziekstandaards.”

De Louter doet ook reparaties en restauraties. Het verschil is voor hem helder: “Bij een reparatie maak ik het instrument weer gebruiksklaar, bij een restauratie probeer ik het zo stijlvol mogelijk terug te brengen in de originele staat.” Ook de Apeldoorner merkt de gevolgen van de economische crisis. “Klanten stellen de aanschaf van een nieuw instrument uit. Voorheen had ik een wachtlijst van drie jaar als iemand een viool door mij wilde laten bouwen. Dat is niet meer zo.”

Op de vraag welke eigenschappen een instrumentenbouwer moet bezitten, antwoordt De Louter zonder aarzelen: “Geduld en discipline. Ik werk weken, soms zelfs een paar maanden aan één instrument. Dat valt niet altijd mee, dat zeg ik eerlijk. Tegelijk geniet ik ervan. Ik begin ’s ochtends om een uur of tien, op m’n gemak. Als ik ’s avonds wil doorwerken, kan dat, maar het hoeft niet. In de werkplaats heb ik altijd Radio Gelderland aanstaan. Arbeidsvitaminen.”

Troetelkinderen

Wie rijk wil worden, kan beter een andere baan zoeken, vindt De Louter. “De voldoening zit voor mij in het werk, niet in het geld. Als ik terugkijk, heb ik altijd precies genoeg werk gehad om te kunnen leven. Uiteindelijk is dit voor mij een prachtige methode om te bestaan.
Een kantoorbaan? Dat zou ik echt niet kunnen. Ik hou ervan om helemaal vrij te zijn.” Omdat hij zó lang met één instrument bezig is, krijgt De Louter ‘een hechte band’ met zijn producten. “Dat wordt nog erger als ik erop ga spelen. Ik beschouw ze als mijn troetelkinderen. Het kost me vaak moeite ze van de hand te doen. Ooit heb ik een bijzondere gitaar verkocht, waar ik direct spijt van kreeg. Ik heb hetzelfde model toen nog een keer gemaakt.”

De Louter loopt naar de winkel om z’n instrumenten terug te zetten. Hij wijst naar de diverse meubeltjes in de etalage waar accessoires liggen uitgestald: “Allemaal zelf gemaakt. En zie je daar die contrabas? Ik had ’m in de auto liggen en werd van achteren aangereden. Instrument helemaal in de kreukels. Gelukkig kon ik ’m weer oplappen.”

Scroll naar boven